HerVerbinden

Advies | Training | Lezingen | Expertise Geëscaleerde Scheidingen / Parental Alienation

Columns

De beleving door het kind van het resterend 'contact' met de ouders na een scheiding..

Moeten we rond scheidingen het huidige 'om-gangs'-concept niet eens grondig 'om-denken' en herdefiniëren? Maar dan vanuit de beleving en behoeften van het kind? Scheppen we in beslissingen, die voor kinderen worden genomen, eigenlijk wel de noodzakelijke (minimale) voorwaarden voor de kinderen om tot een goede hechting en duurzame betekenisvolle band en relatie van het kind met beide ouders en familieleden te kunnen komen en/of deze in voldoende mate in stand te kunnen houden?

Wat is daar, naast de (emotionele) beschikbaarheid van welwillende ouders, voor nodig? Hoe ziet het er vervolgens vanuit het kind bekeken uit? Wat heeft het kind nodig?

Om als kind aan ouders, als de primaire hechtingsfiguren, te kunnen hechten is primair tijd (incl. nabijheid, (emotionele) communicatie, lichamelijk contact; warmte, veiligheid) met elkaar nodig. Kinderen voelen meer dan dat ze (kunnen) beredeneren; voelen komt voort uit ervaren, beleven. Daarbij zijn er grote verschillen in karakter en lopen ontwikkelingsfases van kinderen niet altijd gelijk op met hun kalenderleeftijd.

Een goede basis-hechting met beide ouders (/opvoeders) is essentieel voor een gezonde sociaal-emotionele en identiteits- ontwikkeling. Ook op latere leeftijd blijkt een goede basis-hechting van grote betekenis voor emotionele stabiliteit en kunnen aangaan van duurzame relaties.

Hoe verloopt dit en ziet dit er uit tijdens het nog intacte gezin, hoe verloopt dit en ziet dit eruit in de beleving van de kinderen, nadat ouders gescheiden zijn als partners en als blijvend mede-ouder op verschillende locaties komen te wonen?

Het grote verschil tussen de ouders en de kinderen is natuurlijk dat de ouders (of één van hen) tot deze grote veranderingen hebben besloten en de kinderen niet; zij worden hiermee geconfronteerd.

De vorm en invulling en balans in de zorg- en verblijfsregeling van kinderen bij hun ouders, wordt daarmee na een scheiding van extra betekenis: in de zin van de geboden/georganiseerde mogelijkheden (noodzakelijke voorwaarden) voor de betrokken kinderen om een veilige hechting en goede band op te bouwen / te behouden en deze duurzaam in stand te kunnen houden. Op wat latere leeftijd ook met de opgebouwde relaties met familieleden en vrienden uit de sociale omgeving.

Na een scheiding wordt de dagelijkse realiteit voor alle betrokkenen anders. Dit wordt in de dagelijkse ervaringen van de kinderen vooral duidelijk rond sociale omstandigheden en rituelen: zoals niet meer samen met beide ouders in huis zijn, gaan slapen, opstaan, aan tafel eten (ontbijten, lunch (weekenden), avondeten), ontspanning in elkaars bijzijn, of met elkaar beleven van: hobby's, sporten, tv-kijken, weekend-uitjes, familie- en vriendenbezoek, feestdagen, verjaardagen, vakanties, e.d.

De tijd dat je kind bij je verblijft en je directe invloed op het gevoel van veiligheid en de opvoeding en het welzijn van je kind hebt, stelt je als vader of moeder in staat om je ouderschap uit te kunnen oefenen. Indien na een scheiding plots een grote onbalans in de verblijfstijd van de kinderen bij hun moeder en vader ontstaat, die duidelijk sterk afwijkt van hoe het voorheen was, zal het voor het kind extra moeilijk dan wel onmogelijk maken om nog een redelijke relatie met beide ouders te kunnen onderhouden.

Hoe kun je bij een verdeling van de tijd met één van je ouders na een scheiding, bijvoorbeeld een paar dagen of enkele uren per maand, afhankelijk van je leeftijd en ervan uitgaande dat je voorheen een redelijke tot goede band met deze ouder had, nog een redelijke band met deze ouder opbouwen of in stand houden?

Hoeveel jeugdzorgers, jeugdbeschermers, raadsonderzoekers, mediators, advocaten en rechters, [..], hebben voldoende kennis van ontwikkelingspsychologie en hechtingstheorie en integreren deze kennis in hun werk? In hoeverre zijn ze bekend met de voorwaarden voor een goede en veilige hechting van kinderen gedurende hun ontwikkelingsfase? Bestaat daar sowieso enige wetenschappelijke consensus over?

Hoe vertaalt zich dit in de opstelling van ouderschapsplannen en beschikkingen m.b.t. zorg- en verblijfsregelingen zoals die rond conflicten over de zorg- en verblijfsregelingen na de scheiding door een rechtbank worden opgelegd? Hoe vertaalt het zich naar situaties waarbij kinderen en ouders onder toezicht worden gesteld? Welke tijd en vormen van normaal contact in normale omgevingen krijgen kinderen dan nog met hun ouders? Welke impact hebben gekunstelde contact'momenten' van soms slechts enkele uurtjes per maand met een ouder, op onnatuurlijke plekken, op de beleving en beeldvorming van kinderen?

In de praktijk zien we -na een partnerscheiding- vaak dat er opeens een enorm verschil in contact-, zorg- en verblijfs- uren tussen de kinderen en hun moeder en hun vader wordt afgesproken of opgelegd (zelfs óók ten opzichte van hoe het voor de scheiding was). De relatie van de kinderen met hun vader -afgemeten naar de verblijfstijd (in dagen per maand) van kinderen bij de vader lijkt op voorhand toch als minder belangrijk te worden gezien dan de tijd die de kinderen bij de moeder doorbrengen. Er zijn ouders die dit ook zelf zo vinden, of als doorgegeven voorbeeld vanuit de familie / netwerk / maatschappij. Het kan ook afhankelijk gemaakt worden van meer praktische zaken zoals de hoeveelheid werk buitenshuis per ouder en wat het dan kost om opvang te regelen etc.

Als ouders als partners uit elkaar gaan en zij als voorbeeld een evenredige verdeling voor de kinderen maken en een 50-50 regeling afspreken m.b.t. hun zorg en verblijf locatie bij hun vader en moeder, is dat uiteraard al een enorme verandering voor de kinderen: van 100% samen leven, naar 50% (-50%). Natuurlijk is dit tegelijk ook een vaak pijnlijk gevolg voor de ouders, die uiteraard ook beseffen dat hun partnerscheiding ook een grote vermindering in 'de omgang' met (het 'leven met') de kinderen betekent. Helaas kunnen niet alle ouders even goed met deze consequentie, dat verlies, omgaan. Ook de ouders voelen dat hún hechting en band met de kinderen in gevaar komt. Soms komen hier 'oerkrachten' boven om de kinderen bij zich te houden. Vanuit de kinderen ook wel pogingen tot herstel van de relatie van hun ouders, hoe 'slecht' die ook was.

 

Als er een 'standaard' om en om weekend regeling (+ een woensdagmiddag-do morgen) wordt vastgesteld met de 'uitwonende' ouder (ongeacht wie het initiatief tot de scheiding nam) is er al sprake van een teruggang in samenleven-tijd van het kind met de uitwonende ouder van 100% naar 17% (– 83%). Wordt dit in voorlopige voorzieningen vastgelegd, dan lijkt de weg 'terug', naar een meer gebalanceerde verdeling, meestal een bijna onbegaanbare.

In de meerderheid van de scheidingssituaties is het de vader die na een scheiding de ouder wordt waarmee voor de kinderen een (sterk) verminderde mogelijkheid tot binding en invloed op / bijdrage aan hun opvoeding en identiteitsontwikkeling ontstaat.

Als we de invloed van de vader in de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen gelijkwaardig (net zo belangrijk) achten aan die van de moeder, ook na een scheiding, zou het voor de hand liggen dat er een ander uitgangspunt zou worden gehanteerd.

Het is begrijpelijk dat de 'ingeburgerde' handelwijze, van een on-gebalanceerde verdeling van tijd van de kinderen bij de ouders, bij een deel van de scheidende ouders impliciet al leidt tot (extra) conflicten. Een gelijkwaardige en meer gebalanceerde verdeling zou wellicht een beter uitgangspunt zijn, ook in het kader van voorlopige voorzieningen, indien hiervoor de bereidheid bestaat van de ouder die elders gaat wonen en hier de praktische mogelijkheden voor bestaan. Dit uitgangspunt wordt bijvoorbeeld in het Belgische rechtssysteem al enige tijd gehanteerd.

Het EVRM art.8 geeft een ieder, dus ook kinderen en een ouder die na scheiding elders gaat wonen: “Recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven” en de IVRK artikelen18 en 19 omvatten de verantwoordelijkheid van de ouders om dit te regelen. Hoe vullen we dit concreet in?

Waar bestaat gelijkwaardig ouderschap -ook na scheiding als partners- eigenlijk uit?

Of vanuit het kind perspectief: hoe ziet dat er in de (dagelijkse) beleving van de kinderen uit?

Als ouders/volwassenen kun je natuurlijk ook aan de kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) vragen wat ze graag zouden willen en hoe ze het fijn zouden vinden, zodat daarmee rekening kan worden gehouden. Daarbij moeten ze meestal wel geholpen worden. Niet alles is goed voor hen en kan zomaar gehonoreerd worden. Vaak zijn kinderen te klein en/of nog te jong om de nieuwe situatie goed te kunnen overzien en/of welke consequenties sommige van hun wensen of keuzes op hun leven kunnen hebben. De ouders/verzorgers/volwassenen zullen uiteindelijk toch leidend moeten zijn en de keuzes moeten maken. Voor de kinderen wordt zo door hun ouders/volwassenen een 'nieuwe structuur' in hun leven vastgesteld, waaraan de kinderen zich zullen moeten conformeren, aan moeten wennen.

Zou het voor kinderen een meer gelijkwaardig ouderschap blijven als ze met hun beide ouders, familie en sociaal netwerk zoveel mogelijk op een gebalanceerde en meer 'organische' manier in 'interactie' kunnen blijven? Dat alle facetten van het normale leven in voldoende mate met hen beleefd kan blijven worden, zoals ook vòòr de scheiding werd samen-geleefd? Dat met beide ouders de kansen en mogelijkheden behouden blijven om een normale vorm van 'dagelijks leven' met hen te ervaren, hun kind-ouder band te onderhouden en verder te ontwikkelen; door vooral ook de diverse sociale rituelen, sociale gebeurtenissen en dagelijkse routines, die daarbij horen, samen regelmatig te kunnen blijven beleven?

Zonder samen te zijn, elkaar te zien, te horen, ruiken en te voelen, is er geen gezamenlijkheid.

Tel/E-mail/SMS/Whatsapp e.d. zijn daar een uiterst slap aftreksel van.

Gezamenlijke geschiedenis en een band bouw je op en houd je in stand door dingen samen te doen en te beleven.

Gezamenlijkheid geeft een veiliger gevoel, meer mogelijkheden en maakt sterker.

Bij de vaststelling van zorg- en verblijfsregelingen in ouderschapsplannen én bij gerechtelijke uitspraken rond scheidingen, zou er wat mij betreft veel meer naar de beleving en betekenis van het blijvend (gedeeld) ouderschap en de mogelijkheden tot behoud van de sociale relatie van de kinderen -en de vorm daarvan met de ouders, familie en netwerk- moeten worden gekeken.

E.C. van der Waal

© 2017 HerVerbinden

 

HV Billboard400px

Lid van: PASG
Internationale studiegroep high conflict divorce / parental alienation [ www.PASG.info ]
HerVerbinden nl PASG logo
Voorzitter Parental Alienation Study Group: William Bernet, M.D.
[Professor Emeritus, Department of Psychiatry, Vanderbilt University School of Medicine, Nashville, Tennessee, USA]


Lid van: EAPAP
European Association of Parental Alienation Practitioners
Trained by Karen Woodall - Family Separation Clinic, London, UK
www.eapap.eu
HerVerbinden nl EAPAP logo


LinkedIn profile:
LinkedIn 100x28px

 

    HerVerbinden-logo-v1-geel-r           Copyright 2014-2017  HerVerbinden.nl    |   Nederlands Expertisecentrum Hoog-Conflict Scheidingen   |  NEHCS.NL

HerVerbinden - KvK: 62647695 IBAN: NL91 SNSB 09079665 35 BTW: NL075516202B04